Hoofdstuk 6. Puck.

De naam van Monique’s dochter die ze door de tijden heen vaak heeft geschilderd; een ‘work in progress’. Haar dochter groeit op in haar beeldende werk/schilderijen, en haar werk/techniek groeit in diezelfde tijd mee. Hoe verhoudt het persoonlijke zich tot het algemene?

       3, olie/doek, 30cm x 30cm, 2003          13, olie/paneel, 30cm x 25cm, 2013


OUDERS EN KINDEREN (door Philip Peters)



Toen ik begon na te denken over het thema ‘moeders en dochters’ kreeg ik steeds weer bovenstaand beeld voor ogen, een prachtig en ontroerend schilderijtje van Gabriel Metsu, dat ik goed ken en vaak heb gezien, het hangt in het Rijksmuseum. Waarom dat zo’n hardnekkige associatie werd weet ik niet maar het beeld drong zich zo op dat ik maar ophoud om het te weerstaan.
Op zich zegt dit niets, nergens over. Er kan van alles door je hoofd gaan en niemand weet waarom dat gebeurt. Soms heb je ook muziek in je hoofd en dat hoeft helemaal geen muziek te zijn waar je graag naar luistert. Toen mijn kinderen klein waren hadden we een grammofoonplaat met kinderliedjes gezongen door een kinderkoor dat begeleid werd door een orkest voor wie iemand werkelijk bloedstollend gruwelijke arrangementen van die liedjes had gemeend te moeten bijdragen. Ik kan me herinneren dat ik op de fiets wachtte bij het stoplicht op de hoek van de Frankenslag en de Scheveningseweg en ik had een deuntje in mijn hoofd. Ik neuriede zachtjes mee en dacht, enigszins afwezig: ‘wat is dit toch prachtige muziek’. Dat was dus ‘In een blauw geruite kiel’ van die vreselijke plaat. Hier is een en ander nog wel te verklaren: gehersenspoeld door het dagelijks te horen was er bij mij kennelijk een soort Stockholmsyndroom ontstaan, een kwestie van overleven.
Met andere woorden: je zou, denk ik, wel kunnen argumenteren dat dit schilderijtje van Metsu een hoog kitschgehalte heeft, vergelijkbaar met de spreekwoordelijke zigeunerin-met-de-traan, al was het begrip ‘kitsch’ in de zeventiende eeuw nog niet uitgevonden. In die zin is ‘echt’ niet van ‘kitsch’ te onderscheiden. Helemaal mooi is een dergelijke ‘omgekeerde associatie’ als we een zonsondergang zien die we een beetje kitscherig vinden, dat kan gebeuren en dat komt dan doordat we bijvoorbeeld ooit een kitscherige ansichtkaart of amateurschilderij van een zonsondergang hebben gezien. Het blijft sowieso wonderlijk dat we de natuur in esthetische en morele termen kunnen beschrijven, tot kamerplanten toe: de prachtige geranium wordt bijvoorbeeld ‘burgerlijk’ gevonden evenals bepaalde eetwaren zoals die overheerlijke  spruitjes, die zelfs als ‘typisch Nederlands burgerlijk’ worden beschouwd. Natuurlijk hebben we het dan helemaal niet over zonsondergangen, geraniums of spruitjes, maar gewoon over onszelf en onze conditioneringen.
Over kunst en kitsch is van alles geschreven, en niet door de minsten, om het onderscheid te benoemen, maar ik ben nooit overtuigd geraakt. Ik denk dat het een kwestie is van the eye of the beholder. Nu wat ooit als kitsch een leven leidde in een heel ander circuit allang als materiaal is opgenomen in de ‘serieuze’ kunstcontext is de warboel compleet, alles is met elkaar verknoopt geraakt. En daar komt bij dat de ontroering van degene die naar een schilderij van een zigeunerkindje kijkt niets minder is dan die van mij bij Metsu. Gevoelens kennen gelukkig geen sociale of artistieke  hiërarchie. De ene traan heeft niet meer ‘kwaliteit’ dan de andere.
In de serie ‘Puck’ zien we Puck, de nu veertienjarige dochter van Monique, op een lange reeks schilderijen opgroeien. Ik had geen schilderende ouders, maar ik kan me voorstellen dat je je in het gezin erg geliefd zult voelen als je moeder jaren achtereen schilderijen van je maakt. De ondertitel van dit hoofdstuk is ‘dochters en moeders’. Men kan zich afvragen waarom want er is op al die schilderijen alleen een dochter te zien, maar het is wel zo dat het haar moeder is die ze heeft gemaakt. Moeder en dochter hebben in het dagelijks leven een natuurlijke relatie, maar op het doek krijgen ze als het ware met elkaar een tweede leven, waarbij de moeder de dochter observeert, gadeslaat, fotografeert en uiteindelijk schildert en daarin ook haar formulering van die beeldende relatie articuleert. Ik denk dat je in die schilderijen misschien wel verschillende ‘stemmingen’ kunt onderscheiden – of verschillende ‘stemmen’ van de vertellende schilder. En het zijn ook allemaal hartverwarmende schilderijen, waarmee wat mij betreft eens te meer wordt bewezen dat je ook in de eenentwintigste eeuw over een intiem onderwerp als je opgroeiende dochter bijzondere kunst kunt maken, die weliswaar in een traditie staat maar heel duidelijk alleen nu had kunnen worden gemaakt, wat ook blijkt uit de stilistische verschillen tussen de schilderijen onderling – de uitbeelding van intimiteit is niet aan regels gebonden, net zo min als welke kunst dan ook, tenzij de kunstenaar bepaalde systemen of wetmatigheden als uitgangspunt neemt, maar dat is hier niet het geval.
En ondertussen verstrijkt de tijd. Ieder schilderij van Puck is een moment waarop de tijd even stilstaat en zich in tussentijd bevindt. Een van de mooiste boeken die ik ooit gelezen heb en die ik al een heel leven bij me draag is Basho’s The Narrow Road to the Deep North. Basho was een Zen-monnik die leefde in de zeventiende eeuw en dit boek is een reisverslag. Hij ging te voet half Japan door naar het noorden. En iedere keer als hij iets zag wat hem trof schreef hij een haiku. De ritmering in de afwisseling van proza en poëzie is prachtig en tegelijkertijd verstrijkt de tijd en daar gaat het boek natuurlijk ook over: de haiku’s bevinden zich typisch tussen tijd en plaats, weg van gebaande wegen en kloktijd. In de serie Puck-schilderijen zien we de tijd ook verstrijken, we zien Puck veranderen en eigenlijk is ieder schilderij te vergelijken met zo’n haiku, een bescheiden maar diepgaande bijdrage die de levensweg van moeder én dochter van onnadrukkelijke, lyrische markeringen voorziet. Niemand weet hoe lang die serie doorgaat, misschien wel zo lang als Monique schildert. Daardoor worden beide levens nog eens extra aan elkaar verbonden en overstijgen uiteindelijk tijd en plaats en dan hebben we, zoals we weten, te maken met een van de verschijningsvormen van de tussentijd.
Ik moest ook denken aan Rembrandts zoon Titus, die hij een paar keer heeft geschilderd en getekend en van wie hij erg veel moet hebben gehouden, de trotse tederheid druipt van die werken af. In veel van Rembrandts beste schilderijen gaat het om de psychologische relaties tussen de personages en dat geldt evenzeer of misschien nog sterker in de portretten, waarin hij zelf het steeds ouder wordende personage is. Ik ken geen kunstenaar die dieper in de menselijke ziel kon kijken dan Rembrandt en dat in een unieke, eigenlijk helemaal niet typisch zeventiende eeuwse schildertrant ook kon overbrengen. 

‘Dochter en moeders’ is het doorlopende onderwerp van Monique’s schilderijen van Puck, bij Rembrandt was het dus ‘zoons en vaders’-  of ‘vaders en zonen’, dat klinkt beter (ik vind ‘moeders en dochters’ trouwens ook beter klinken dan ‘dochters en moeders’) - en het is ook nog eens de titel van een bijzondere roman van Toergeniev.
Ik heb twee kinderen, een meisje en een jongen, die allang volwassen zijn en ik ben naar het schijnt ongewoon close met allebei. Ik denk vaak dat ‘vader’ mijn beste rol in het leven is geweest en misschien nog is.
Toen mijn dochter een kindje was sliep ze bij mij in bed. Ik ging in die periode op de meest uiteenlopende tijden slapen, variërend van half één ‘s nachts tot vijf uur ’s ochtends en iedere keer speelde zich hetzelfde af: als ik twee minuten in bed lag kwam steevast mijn dochtertje in haar rode of lichtblauwe slaapzakje en later in een nachthemdje of pyjama met haar favoriete knuffel (een lammetje dat Lammie heette) aangelopen en kroop bij mij onder het dekbed. Dat ging iedere nacht zo. Kennelijk voelde ze aan god weet wat dat ik naar bed ging want horen kon ze me niet omdat ik zachtjes deed – er sliepen nog meer mensen in huis – en ze lag er ook niet op te wachten. Dit begon toen ze net kon praten en liep door tot misschien haar tiende, dat weet ik niet meer precies. We gingen nooit meteen slapen, ze wilde altijd eerst nog een tijdje ‘babbelen’ en dan praatten we over van alles en nog wat, dat haar bezighield, wat door de jaren heen natuurlijk veranderde. Het zijn voor ons allebei zeer dierbare herinneringen. En we zijn eigenlijk nooit opgehouden met ‘babbelen’, dat gesprek gaat nog altijd door en duurt nu al vierendertig jaar, al gaat het nu over grote mensen onderwerpen en slaapt ze tegenwoordig met haar man en niet bij haar vader. Het is een van de grote genoegens in mijn leven.
Overigens is mijn dochter inmiddels zelf moeder, een zinsbegoochelende transformatie die nauwelijks te bevatten is maar wel uitstekend geslaagd, en ik ben dus opa van een kleindochter die inmiddels twee-en-een-half is. Daar zal de wereld het van moeten hebben, van de kinderen die nu worden geboren, ik hoop dat ze zich geen knollen voor citroenen zullen laten verkopen. Het is ongelooflijk hoe je zelfs op latere leeftijd vanaf dag één zo’n diepe, onvoorwaardelijke liefde voor iemand kunt voelen als mijn vrouw en ik voor onze kleindochter – en die ervaring delen we met velen. Ik wil maar zeggen: de mens is misschien geneigd tot alle kwaad, maar ons vermogen tot liefhebben kent geen grenzen. Dat geeft troost en hoop.


In gesprek met Puck, mijn dochter, in mijn atelier. Hoe vind zij het om geportretteerd te worden? Waar is zij als 14 jarige mee bezig, hoe denkt ze over de toekomst, wat wil ze worden? Kijk naar onderstaand filmpje:




0, olie/doek, 130cm x 160cm, 2000
Puck on the beach, olie/doek, 50cm x 60cm, 2001
Wish I was Bonnard, olie/doek, 40cm x 50cm, 2001
Puck van Dorothé, 40cm x 50cm, olie/doek, 2001     
                                                   
                                                    olie/paneel, 15cm x 25cm, 2002-    olie/paneel-2013

1, olie/doek, 40cm x 40cm, 2001


Der tot und das mädchen, olie/doek, 80cm x 100cm, 2001

Z.t. olie/doek, 30cm x 40cm, 2004
Piet Puck, olie/doek, 30cm x 30cm, 2005
Distelloo, 50cm x 60cm, olie/doek, 2005

Z.t. olie/doek, 80cm x 100cm, 2005

Distelloo, 25 cm x 25cm, olie/paneel, 2005
Z.t. olie/doek, 100cm x 100cm, 2005


Z.t. olie/doek, 80cm x 100cm, 2005

Keep on walking, olie/doek, 30cm x 40cm, 2005

Moeder en dochter, olie/doek, 50cm x 60cm, 2005
Z.t. olie/paneel, 2009
olie/paneel, 15 cm x 15cm, 2010


Komkommertijd, olie/paneel, 2010

Op zijn kop, olie/doek, 30cm x 40cm 2010

10, olie/paneel, 2010

Z.t. olie/paneel, 30cm x 40cm 2010
z..t. olie/paneel, 2010
13, olie/paneel, 30cm x 25cm, 2013
 olie/paneel43cm x 21,5 cm, 2013
Terug kijken, olie/paneel, 2013
Terugkijkend, olie/paneel, 2014

13, olie/paneel, 30cm x 25cm, 2013

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen